Auteursarchief: Buur

Diepdiepblauw

Dekker, Nikki – Diepdiepblauw

Het boek ‘Diepdiepblauw’ heeft iets filosofisch. De kernvraag die op een speelse, voorzichtige, twijfelende manier onderzocht wordt, is zoiets als ‘Wie ben ik ten opzichte van mezelf en de wereld?’ 

&

Losse verhaaltjes rijgen zich aan elkaar, pareltjes die steeds duidelijker een verband vormen. Dekker steelt mijn hart als ze haar liefde voor de stad beschrijft. Mijn stad.

&

Ik heb een onverklaarbare neiging Nikki Dekker als ik-persoon te zien. Ook al schrijft ze dat de helderste beelden verknipt zijn, in elkaar verschoven, van kleur verschoten of ronduit verzonnen zijn.

&

Er moet veel onderzoek gedaan zijn. De kennis over het leven onder water is groot. Dekker duikt onder water om het gedrag van de ik-persoon te verklaren, te legitimeren. Met onder andere de kwal, het schelpdier, de haai, de potvis, de zeekoe toont ze dat het dier ‘mens’ niets dierlijks vreemd is. De beschrijvingen van het leven onder water gaan over het leven onder water en tegelijkertijd vertellen ze zonder dat de link expliciet gelegd wordt over de ik-persoon. Prachtig.

&

Mensen om je heen bepalen wie je bent. Zonder de ander ben je niemand. En zo zoekt de ik-persoon mensen op. Ze zoekt wel erg veel mensen op, wat niet alleen voor de ik-persoon vermoeiend is. Op pad gaan, elkaar versieren, kussen, vrijen, dansen en een eindeloos verlangen bevredigen: steeds in varianten en in herhaling. Er is moed nodig om alle mogelijkheden te onderzoeken, gemakkelijk verliefd te worden. Het doet geen recht om de mensheid in homo of hetero te verdelen. De ik-persoon omvat beide uitersten, een interessante vrouw.

&

Met Ruben woont ze samen. Ze hebben geen open relatie en tegelijkertijd gaat de zoektocht door. Via de ik-persoon leert de lezer Ruben kennen. Dekker is een meester in het indirect vertellen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Literatuur, Recensies

Nacht voor het feest

Stanišić, Saša – Nacht voor het feest

Morgen is het feest in het dorp Fürstenfelde. Het feest van de heilige Anna. De voorbereidingen zijn in volle gang.

Saša Stanišić schept een eigen dromerig sprookjesachtig universum met de verhalen rond de voorbereiding, het dorp en de bewoners. Stanišić neemt allerlei perspectieven in. Het perspectief van mevrouw Kranz bijvoorbeeld; zij loopt met haar schildersezel het meer in. De veerman is dood maar doet zijn verhaal. Vrienden drinken zich moed in in de garage die als bar dienstdoet. Een vos is op jacht naar kippen. Anna krijgt een astma-aanval. De heer Schramm koopt sigaretten. Hoofdpersonen uit oude dorpsverhalen komen tot leven. De omringende bossen krijgen een eigen stem. Het zijn allemaal verhalen vol verwondering, soms met bruut geweld, soms hilarisch met kenmerken van het oude communistische leven. De verhalen zijn ontnuchterend. Stanišić maakt het niet mooier dan het is. De nieuwe wereld met de beloften van dien is nog ver weg. Het is knap dat een allegaartje van verhalen een eigen poëtische wereld vormt. Binnen de context van het feest trekt Stanišić de lezer mee naar het eigenaardige leven in het dorp. Een dorp dat zoekt naar een toekomst.

Stanišić moet dol op geschiedenis zijn. In het boek toont de geschiedenis zich in het heden. Eenzelfde plek hebben  eeuwenoude verhalen die het huidige verhaal diepte geven. Zo wordt een boom meer dan een boom, een toren is niet alleen een toren, het huis toont meerdere levens. De geschiedenis rond deze plekken is voelbaar, is te ontmoeten, is te herbeleven. Als een archeoloog pelt Stanišić de lagen van de oude tijd, oorlogen, vrede, de eenwording af. Jammer dat de gebeurtenissen in het verre verleden in een semi-oude taal zijn weergegeven in een semi-Oudduits lettertype. Het leidt af, stoort het verhaal, remt het lezen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Recensies

Greenwood

Christie, Michael – Greenwood

Het is 2038. De wereld wordt geteisterd door ‘de grote verdorring’.  Bomen en bossen zijn zeldzaam, er zijn insectenplagen, stofstormen zijn eerder norm dan een zeldzaamheid, ziekten bedreigen de mensheid, mensen moeten stofmaskers dragen, boeken zijn grondstof voor filters geworden. De wereld is in verval.

Het beeld dat Michael Christie schetst, is zo realistisch dat je huivert bij de gedachte wat er allemaal niet kan gebeuren. Zonder belerend te zijn geeft Christie heel veel informatie over bomen, schimmels in de bodem, de samenwerking van schimmels, hout- en voedselproductie, bomen als windkering en over bomen en bossen als heiligdom. Impliciet waarschuwt hij zonder opgeheven vingertje tegen de gevaren van ontbossing. Op het eiland Greenwood staat een van de zeldzaam overgebleven oerbossen. Jacinda – Jake – Greenwood is daar bosgids. Dat Jacinda’s achternaam gelijk is aan de naam van het eiland lijkt in eerste instantie toeval. Tot haar ex, een advocaat, denkt te kunnen bewijzen dat Jacinda de enige erfgenaam is van het familiekapitaal inclusief het eiland. De vraag is natuurlijk: klopt het dat Jacinda familie is en recht heeft op de erfenis. De familiestamboom is niet zo eenduidig.

Het verhaal loopt in eerste instantie terug in de tijd naar het begin, naar oma. Terugkijkend als de jaarringen van een boom die teruggaan naar de kern. Een verhaal vol verrassingen. Michael Christie vlecht de verschillende verhaallijnen briljant door elkaar heen en neemt de lezer mee naar een bomenkathedraal, naar niets ontziende houthakkers, naar broers die geen broers zijn, naar een milieuactiviste, een soldaat die terugkeert, een vondeling en een dagboek. Het zijn lang niet allemaal bloedverwanten die een hoofdrol spelen in deze geschiedenis. Afzonderlijke verhalen als op zichzelf staande jaarringen in een groter geheel.

Het tweede deel van het boek begint in de kern van het hout en eindigt weer in 2038, de bast van de boom. Het verhaal gaat heen en weer terug waardoor heden en verleden aan elkaar verbonden wordt. Bomen die tijd vastleggen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Recensies

Het boek van Bod Pa

Quintana, Anton – Het boek van Bod Pa

Bod Pa is gekleed in een stinkende oude jas, draagt laarzen waarvan de oorspronkelijke kleur door al het lapwerk niet meer zichtbaar is en rijdt op een klein paardje. Bod Pa reist, wat heel ongebruikelijk is, alleen over de eindeloze vlakten. In zijn kielzog zwerven een wilde wolf en raaf met hem mee.

Bod Pa is een dwerg, dichter, zanger, sjamaan en zwaardvechter. Hij heeft de reputatie onoverwinnelijk te zijn. Dat trekt collega zwaardvechters aan die de eer willen verwerven Bod Pa te hebben verslaan. Bod Pa zoekt het gevecht niet op. Is een duel echter niet te voorkomen dan is Bod Pa meedogenloos. Tweemaal wordt de uitslag van zo’n gevecht gemeld; Bod Pa leeft nog.

Bod Pa is als sjamaan gevraagd te komen om Perregrin te genezen. Het been van de jongen breekt steeds, geneest niet. Perregrin moet erg aan Bod Pa wennen. Bod Pa heeft zo zijn eigen aanpak. Bod Pa en Perregrin maken tochten vol ontberingen. Perregin durft steeds meer te vragen. Vragen over de zin van het bestaan. Bod Pa geeft geen antwoorden, hij zet aan tot zelf nadenken. Antwoorden moeten verworven worden. Om Perregrin tot inzicht te brengen daagt Bod Pa uit, is hij onvoorspelbaar, raadselachtig en vreemd.  Bod Pa laat in al zijn onnavolgbaarheid Perregrin de noodzaak zien om te veranderen en de verantwoording voor zichzelf te pakken. Perregrin wil in eerste instantie niet maar omarmt uiteindelijk die noodzaak. Zijn been geneest.

Anton Quintana dwingt de lezer met intuïtie te lezen. Niets is wat het lijkt. De uitspraken van Bod Pa zijn verwarrend, tegenstrijdig, filosofisch, magisch of onzinnig. Bod Pa spreekt in raadsels; even plat als diepzinnig, even leerzaam als humoristisch. Nergens is het belerend. Nergens wordt het zweverig. Quintana speelt moeiteloos met contrasten, met paradoxen, met uitersten. Uiterst compacte poëzie uit de mond van Bod Pa staat tegenover uitweidingen over de Aziatische grootheid van de natuur met vermoeiend veel woorden. In het laatste ligt een klein minpuntje van het boek.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Literatuur, Recensies

Grip

Enter, Stephan – Grip

Na twintig jaar zoeken ze elkaar weer op. Lotte is niet enthousiast. Paul, inmiddels haar man, heeft echter toentertijd geroepen dat als hij hoogleraar is en aan zee met een mooi uitzicht woont, zijn vrienden moeten komen. Vincent en Martin  zeiden te komen en zijn nu onderweg.

Stephan Enter beschrijft de dynamiek binnen de groep prachtig. Hij laat Vincent, Paul en Martin elk hun verhaal vertellen. Lotte komt niet aan het woord; ze komt tot leven in de woorden van de drie mannen.

Enter speelt met de waarheid. De gebeurtenis is dan wel hetzelfde geweest, de betekenis die ieder eraan gaf, is anders. Zo ontstaan er meer waarheden. Zo krijgt vriendschap lagen.

Vincent en Lotte kennen elkaar vanaf hun schooltijd en kennen elkaar door en door. Om hun vriendschap niet op het spel te zetten wijst hij zijn grote liefde Lotte af. Paul ziet alles maar laat lang niet alles blijken. Hij vindt Lotte een ongeleid projectiel maar geweldig. Tijdens het klimmen stapt Lotte het lot tartend op zwak ijs. Ze stort naar beneden. Paul springt Lotte achterna en wrikt haar los. Lotte kijkt hem direct na het incident aan en zegt “Het is een ongeluk – goed?” Paul denkt het zijne ervan maar zegt: “Heb ik toch zelf gezien?”.  

Martin kijkt erg tegen Vincent en Paul op. Hij voelt zich in alles de mindere. Nu wordt hij hoogleraar, is getrouwd met Lotte, heeft een kind en is net verhuisd naar een huis met uitzicht op zee. Lopend door de baai naar het huis van Martin en Lotte komt het water ineens razendsnel op. Hoe overtuigend de verhalen van de mannen ook zijn, Enter geeft ruimte om te interpreteren, te verbinden aan eigen gedachten, gevoelens en ervaringen. Misschien is het hebben van vriendschap een illusie. Blijvend zijn de zee, de zon, de bergen en de natuur.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Literatuur, Recensies

De man van je leven

Japin, Arthur – De man van je leven

Twintig jaar gelukkig getrouwd. Tilly heeft net te horen gekregen dat ze niet lang meer te leven heeft. Ze houdt het nog even stil. Het huis opruimen geeft troost. Tilly’s man, Markus, gaat naar een congres. Tilly gaat niet mee. Zij belt Markus op het congres. Iris neemt ‘met Tilly’ op. Markus blijkt zijn maîtresse Iris meegenomen te hebben. Markus weet niet dat Tilly iets van Iris weet.

Een bizarre situatie; terminaal ziek en overspel. Japin probeert van deze niet-grappige situatie iets grappigs te maken. Het wil niet echt lukken, het blijft te geforceerd. Tilly wil niet dat Markus na haar dood alleen blijft. Tilly schrijft, zonder dat Markus het weet,  hem in op een datingsite. Misschien is dit wel haar ultieme wraak op vreemdgaan.

Iris komt als beste kandidaat naar voren. Ironie: Tilly zoekt voor Markus de ideale vrouw voor na haar dood, blijkt echter dat hij die al eerder zelf gevonden heeft. Tilly nodigt Iris uit. Iris heeft geen idee dat het om Markus gaat. Markus doet op dat moment een wandeling. Het wordt oncomfortabel. Iris is te nieuwsgierig om weg te gaan. De confrontatie is een klucht: krampachtig grappig bedoelde kromme dialogen die de lezer op zijn best doen glimlachen. Smoesjes, uitvluchten en misverstanden, te onnozel voor woorden, duren te lang. Het ligt er allemaal duimendik bovenop. Wat krom is, wordt nooit meer recht al praat je de blaren op je tong.

Iris en Markus gaan voor zolang Tilly nog leeft uit elkaar. Markus is verontwaardigd dat Tilly niet eerlijk vertelde dat ze van zijn overspel wist. Het moet niet gekker worden. De vierde figuur in het verhaal is de dood. De dood blijkt de verteller en geeft semi filosofische commentaren op wat er onder de levenden gebeurt. De dood vermaakt zich en heeft geen haast. De kans dat Tilly haar date zal mislopen is immers gering.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Literatuur, Recensies