Tag archieven: oorlogsroman

De Welwillenden

Littell, Jonathan – De Welwillenden

Maximilien Aue kijkt terug op zijn leven en specifiek op zijn rol als SS’er in de tweede wereldoorlog. Hij vertelt zijn persoonlijk verhaal, nauwgezet, eerlijk en zichzelf niet sparend.

Als SS’er doet hij in Oost-Europa verslag van de organisatie van de liquidaties op Joden, partizanen, zigeuners, dissidenten en revolutionairen. Omdat het niet mogelijk is om de vijand precies aan te wijzen, wordt er preventief geruimd. Hele dorpen worden uitgemoord: mannen, vrouwen en kinderen. Aue staat er met zijn neus bovenop, koud noteert hij in hoeverre er gründlich gewerkt wordt. Niet iedereen kan zijn werk waarderen, hij wordt overgeplaatst.

Als kind heeft Aue trauma’s opgelopen. Hij haat zijn moeder die zijn tweelingzus van hem scheidde en die de kinderen ver uit elkaar op kostscholen plaatste. Aue ontspoort regelmatig, zeker nadat hij in Stalingrad zwaargewond is geraakt. (Prachtig hoe Littell de bijna-doodervaring beschrijft.) Na een periode van herstel waarin hij zijn moeder bezoekt, wordt hij naar de vernietigingskampen gestuurd om gevangenen die nog kunnen werken te behouden voor de oorlogsindustrie. Aue ziet hoe machtsmisbruik en eigenbelang corrumpeert. Iedereen probeert te overleven dan wel een graantje mee te pikken ten koste van de weerloze gevangenen. Niemand neemt verantwoordelijkheid. Niemand grijpt in. Het is één groot wespennest. Dat hij uiteindelijk kan ontkomen en een nieuw bestaan kan opbouwen na de oorlog, is te danken aan zijn vriend wiens jasje hij leent.

Littell beschrijft de oorlog door de ogen van de SS’er Aue, zo leer je Aue kennen. Een gestoorde en gewelddadige man in een nog gestoorder en gewelddadiger context. Het is niet voor te stellen, wetend dat de werkelijkheid veel erger is dan wat Littell kan beschrijven.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Fiction, Recensies

’t Hooge Nest

Iperen, Roxane van – ’t Hooge Nest

De tweede wereldoorlog. Twee Joodse zussen Lien en Janny Brilleslijper verzetten zich tegen alle maatregelen gericht tegen de Joodse bevolking.

Het wordt steeds duidelijker dat de Joden weggevoerd worden om te worden vermoord. Op zoek naar schuiladressen komen de zussen terecht in ’t Hooge Nest’, een huis buiten Naarden waar ze zich veilig wanen. Natuurlijk worden ook de zussen verraden en afgevoerd. Als je het leven kunt noemen is het leven in het kamp onmenselijk.

Knap van de schrijfster, Roxane van Iperen, dat ze met korte teksten een wereld oproept zonder die uitgebreid te beschrijven. Ze schrijft alleen het relevante. Met korte beschrijvingen wordt mijn geringe kennis van de oorlog inhoudelijk verdiept, voelbaar verdiept, zeker na het verraad misselijkmakend verdiept.

Tot aan het verraad is het verhaal van de zussen bloedstollend spannend. De zussen zijn de NSB’ers en de Duitsers te slim af, kruipen meerdere keren door het oog van de naald, hebben geluk en hebben net op tijd noodzakelijke informatie. ’t Hooge Huis is een toevluchtsoord voor iedereen die op de vlucht is. Hartverwarmend hoe mensen elkaar hielpen, hun leven riskeerden, oplossingen bedachten en er voor elkaar waren. Hoe harteloos de Jodenjagers en het systeem dat verordende dat het probleem in de ogen van de nazi’s opgelost diende te worden. Het verraad komt sluipend nabij. Het wachten is op het moment dat het fout gaat.

Het verhaal wordt gruwelijk op het moment dat de zussen verraden zijn. Het benam mij de adem, ik moest het boek meermalen wegleggen. Mijn eigen verbeelding ging met mij aan de loop. De treinen, de kampen … weerzinwekkend, onmenselijk, gruwelijk, wreed. Schokkend. Hoe bestaat dit? Hoe kon dit gebeuren? Wat ben ik naïef te geloven in het goede van de mens.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, eBooks, Non-fiction, Recensies